ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1942
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onvoldoende sollicitatieactiviteiten en maatregel WW-uitkering
Betrokkene was na seizoenswerkloosheid opnieuw werkzaam als schilder, maar werd wederom werkloos vanwege het winterseizoen. Appellant stelde vast dat betrokkene recht had op WW-uitkering vanaf februari 2004. Bij besluit werd een korting van 20% op de WW-uitkering opgelegd wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten in de beoordelingsperiode.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een uitzonderlijke situatie vanwege de leeftijd en eenzijdige werkervaring van betrokkene, waardoor een nadere onderbouwing van het causaal verband tussen onvoldoende solliciteren en werkloosheid vereist was. De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat appellant een nieuw besluit moest nemen.
In hoger beroep betwistte appellant dit oordeel en stelde dat er geen uitzonderlijke situatie was en dat de korting terecht was opgelegd. De Raad volgde appellant en overwoog dat de persoonlijke omstandigheden niet uitzonderlijk genoeg waren om van de algemene sollicitatieverplichting af te wijken. Betrokkene had niet aannemelijk gemaakt dat er geen passende arbeid voor hem beschikbaar was, mede omdat hij geen gebruik had gemaakt van uitzendbureaus en in andere periodes wel aan de sollicitatieplicht voldeed.
De Raad concludeerde dat betrokkene de sollicitatieverplichting niet was nagekomen en dat appellant verplicht was de maatregel van 20% korting op de WW-uitkering toe te passen. De aangevallen uitspraak werd vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de maatregel van 20% korting op de WW-uitkering blijft van kracht.