ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens ontbreken hoofdverblijf in gemeente
Appellante ontving vanaf 1 juli 1995 een bijstandsuitkering van de gemeente Kerkrade. Naar aanleiding van informatie dat zij in Rotterdam woonde, voerde de sociale recherche een onderzoek uit. Op basis van verklaringen van appellante en buurtbewoners concludeerde het College dat zij haar hoofdverblijf niet in Kerkrade had.
Het College trok de bijstand over de periode van 1 juli 1997 tot 4 december 2002 in en vorderde de kosten van bijstand terug. Appellante voerde psychische problemen aan om haar eerdere verklaringen te ontkrachten, maar de Raad achtte deze niet aannemelijk en hechtte meer waarde aan de oorspronkelijke verklaringen.
De Raad oordeelde dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden door haar hoofdverblijf buiten Kerkrade niet te melden, waardoor zij ten onrechte bijstand ontving. Er waren geen dringende redenen om af te zien van intrekking of terugvordering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.