ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opschorting bijstandsuitkering wegens vermoedelijk langdurig verblijf in buitenland
Appellant ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet en werd op grond van een anonieme tip verdacht van een langer verblijf in Brazilië dan toegestaan. Het College van burgemeester en wethouders van Almere schortte daarom de uitkering op vanaf 1 juni 2003. Na bezwaar handhaafde het College de blokkering over de periode 1 tot en met 29 juni 2003. De rechtbank vernietigde dit besluit gedeeltelijk, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigt de blokkering.
De Raad oordeelt dat er sprake was van een gegrond vermoeden dat appellant niet langer recht had op bijstand of zijn inlichtingenplicht had geschonden. Appellant gaf geen volledige openheid over zijn verblijf in Brazilië en leverde onvoldoende tegenbewijs tegen de twijfel over de echtheid van handtekeningen op rechtmatigheidsformulieren. Ook het argument dat de tip meldde dat appellant op 27 juni 2003 terug zou zijn, faalt omdat appellant zich pas op 30 juni meldde.
Verder faalt het verweer dat appellant niet op zijn zwijgrecht was gewezen tijdens het gesprek met een sociaal rechercheur, omdat dit gesprek niet in strafrechtelijke context plaatsvond. De Raad bevestigt daarom het besluit tot opschorting van de bijstand over de genoemde periode en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De opschorting van de bijstandsuitkering over juni 2003 wordt bevestigd en het hoger beroep afgewezen.