ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping verlaging bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking aan reïntegratieplan
Appellant kreeg zijn bijstandsuitkering met ingang van 1 april 2004 voor één maand met 20% verlaagd wegens vermeende onvoldoende medewerking aan de totstandkoming van een reïntegratieplan. Na bezwaar werd deze maatregel verminderd tot 10% verlaging voor één maand. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders.
De Raad stelt vast dat appellant gesprekken voerde met een reïntegratieconsulent en meerdere keren verzocht om aanpassingen in het trajectplan. Hoewel appellant de ondertekening van het plan aanvankelijk weigerde vanwege onduidelijkheid over de consequenties, heeft hij het plan later thuis doorgenomen en ondertekend. De Raad concludeert dat de vertraging niet uitsluitend aan appellant te wijten was, maar mede aan de gebrekkige verwerking van wijzigingen door de consulent.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak en het besluit van 10 juli 2004 en herroept het oorspronkelijke besluit van 12 maart 2004. Tevens veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van de door appellant geleden schade wegens vertraagde uitbetaling en tot betaling van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en herroepen, met vergoeding van schade en proceskosten aan appellant.