ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0298
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep over terugvordering WIK-uitkering en karakter Edmond Hustinxprijs
Betrokkene ontving een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (WIK) in de vorm van een renteloze geldlening over de periode van 1 januari 2001 tot en met 4 december 2001. Het College van burgemeester en wethouders van Maastricht stelde het recht op uitkering definitief vast en vorderde een deel van de lening terug. Betrokkene maakte bezwaar tegen de terugvordering, waarbij onder meer werd aangevoerd dat de Edmond Hustinxprijs, toegekend voor het totale oeuvre, als uitgesteld inkomen moest worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat de prijs als uitgesteld inkomen moest worden toegerekend aan meerdere jaren, maar de Raad stelt dat de prijs niet kan worden gezien als een in het vooruitzicht gestelde beloning die later wordt uitbetaald. De Raad overweegt dat de prijs geen karakter van uitgesteld inkomen heeft zoals bedoeld in artikel 47, tweede lid, van de Algemene bijstandswet (Abw).
Daarnaast oordeelt de Raad dat de terugvordering van de uitkering over de periode tot 4 december 2001 is verjaard op grond van artikel 23d, derde lid, van de WIK, omdat het besluit tot terugvordering pas in juli 2004 is verzonden. Hierdoor kan geen terugvordering meer plaatsvinden voor kosten gemaakt meer dan twee jaar voor het besluit. De Raad vernietigt daarom het besluit tot terugvordering en herroept het primaire besluit voor zover het de terugvordering betreft.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en verklaart het beroep gegrond. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd, behoudens het onderdeel over het griffierecht.
Uitkomst: De terugvordering van de WIK-uitkering wordt vernietigd wegens onjuiste kwalificatie van de prijs en verjaring.