ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenverplichting
Appellante heeft bij het College van burgemeester en wethouders van Zoetermeer bijstand ontvangen, terwijl zij vanaf 1998 met [H.] een gezamenlijke huishouding voerde. Het College ontdekte dit na een onderzoek naar de rechtmatigheid van de uitkering aan [H.], die bijstand ontving als alleenstaande.
Het College trok de bijstand van [H.] in over de periode van 25 april 2001 tot en met 31 augustus 2003 en vorderde de ten onrechte betaalde bedragen van zowel [H.] als appellante terug, omdat zij hoofdelijk aansprakelijk werden gehouden. Appellante voerde bezwaar aan, maar dit werd ongegrond verklaard door het College en de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante en [H.] een gezamenlijke huishouding voerden in de zin van de Algemene bijstandswet, waarbij sprake was van wederzijdse verzorging en financiële verstrengeling. Het niet melden van deze situatie door [H.] vormde een schending van de inlichtingenverplichting, waardoor het College terecht de bijstand kon intrekken en terugvorderen.
Appellante's beroep werd ongegrond verklaard, en de Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.