ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WAO-besluit wegens onvoldoende motivering met in stand laten rechtsgevolgen
Appellant was arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering op basis van een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. Na een herbeoordeling verlaagde het Uwv deze uitkering naar 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid, waarbij het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) werd toegepast. Appellant stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt was en betwistte de medische en arbeidskundige onderbouwing.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende medische gegevens had aangeleverd om twijfel te zaaien over de medische grondslag van het besluit. De arbeidskundige onderbouwing was aanvankelijk niet volledig, maar werd tijdens de procedure alsnog adequaat gemotiveerd. Hierdoor werd de eerdere onvoldoende motivering hersteld.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand conform artikel 8:72, derde lid, Awb. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellant in eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het bestreden WAO-besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.