ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0134
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beperking kennisneming medische stukken in WAO-procedure en recht op eerlijk proces
Appellante, werkgever, maakte bezwaar tegen de toekenning van een WAO-uitkering aan een werknemer, maar kreeg geen inzage in de medische stukken vanwege het ontbreken van toestemming van de werknemer. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en wees erop dat de werkgever zich via een gemachtigde moest laten bijstaan om de medische gegevens te beoordelen.
In hoger beroep stelde appellante dat zij zonder toegang tot de medische gegevens niet in staat was om haar beroepsgronden deugdelijk te formuleren, wat haar benadeelde en in strijd was met artikel 6 EVRM Pro over het recht op een eerlijk proces. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de beperking van kennisneming gerechtvaardigd is door het privacybelang van de werknemer en dat de werkgever zich adequaat kan laten vertegenwoordigen door een gemachtigde die de medische stukken mag inzien.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat aan de eisen van een eerlijk proces wordt voldaan indien een gemachtigde, arts of advocaat, de medische stukken beoordeelt namens de werkgever. Hierdoor wordt het recht op privacy van de werknemer beschermd zonder dat de werkgever wezenlijk wordt benadeeld in de procedure.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de werkgever zonder toestemming van de werknemer geen inzage krijgt in medische stukken, zonder schending van het recht op een eerlijk proces.