ECLI:NL:CRVB:2006:AY9921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Ontzegging WW-uitkering wegens niet voldoen aan wekeneis referte-eis
Appellant was van 27 juli 2004 tot 26 januari 2005 in tijdelijke dienst als oproepkracht bij een werkgever. Na het niet verlengen van het contract vroeg appellant per 27 januari 2005 WW-uitkering aan. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) ontzegde de uitkering omdat appellant niet voldeed aan de referte-eis van minimaal 26 gewerkte weken in de 39 weken voorafgaand aan de werkloosheid.
De rechtbank oordeelde dat appellant in januari 2005 niet had gewerkt en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel werkte in januari 2005 en dat de betaling in februari 2005 salaris over die maand betrof. Het Uwv stelde dat deze betaling een eindafrekening was.
De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij in januari 2005 arbeid had verricht. De werkgever bevestigde dat appellant niet in de planning stond en geen werkbriefjes werden overlegd. Het ontbreken van een salarisspecificatie leidde niet tot een ander oordeel. De Raad bevestigde daarom het besluit tot ontzegging van de WW-uitkering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de ontzegging van de WW-uitkering wordt bevestigd.