ECLI:NL:CRVB:2006:AY8809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-melding WAO-uitkering
Appellant ontving een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) als alleenstaande. Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam herzag de uitkering en besloot deze over de periode van 14 juli 1999 tot en met 28 februari 2003 in te trekken en de kosten van bijstand van € 38.544,32 terug te vorderen, omdat appellant een WAO-uitkering ontving die hoger was dan de bijstandsnorm zonder dit te melden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant ging in hoger beroep, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant de inlichtingenverplichting uit artikel 65 Abw Pro heeft geschonden door de WAO-uitkering te verzwijgen.
De Raad oordeelde dat het College op grond van artikel 69 Abw Pro verplicht was de bijstand in te trekken en op grond van artikel 81 Abw Pro de kosten terug te vorderen. Er waren geen dringende redenen om van intrekking of terugvordering af te zien, aangezien de door appellant aangevoerde omstandigheden niet voldeden aan de criteria voor onaanvaardbare sociale of financiële consequenties.
Daarmee faalt het hoger beroep en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens niet-melding van de WAO-uitkering wordt bevestigd.