ECLI:NL:CRVB:2006:AY8765
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen sinds 1983 een bijstandsuitkering. Naar aanleiding van anonieme meldingen en een onderzoek naar illegale handel op markten, concludeerde het College dat appellanten niet voldeden aan hun inlichtingenverplichting door het niet melden van inkomsten uit markthandel over de periode van 1 september 2001 tot en met 30 september 2003, met uitzondering van mei tot augustus 2002.
Het College trok de bijstand over deze periode in en vorderde de gemaakte kosten van bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak, waarbij werd vastgesteld dat appellanten daadwerkelijk inkomsten genoten uit markthandel en deze niet hadden opgegeven.
De Raad oordeelde dat het College terecht bevoegd was tot intrekking en terugvordering op grond van de WWB en dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij recht hadden op bijstand indien zij wel aan de inlichtingenverplichting hadden voldaan. Het hoger beroep werd afgewezen en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering worden bevestigd.