ECLI:NL:CRVB:2006:AY8724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-melding vermogen en boeteoplegging
Appellant ontving vanaf februari 2002 bijstand, maar het College stelde vast dat hij beschikte over een auto die zijn vermogen overschreed en dat hij niet aan zijn inlichtingenplicht voldeed. Het College trok de bijstand in en vorderde terugbetaling, en legde een boete op wegens het niet melden van vermogen.
De rechtbank oordeelde dat het College niet de juiste wettelijke bepalingen had toegepast, maar dat dit niet tot een ander resultaat leidde en liet de rechtsgevolgen van de intrekking in stand. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat het College wel bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen op grond van de WWB, en dat de boete terecht is opgelegd. Echter, de intrekking met ingang van 16 juni 2003 kan niet worden gehandhaafd omdat appellant alsnog de benodigde bankafschriften overlegde, waardoor het recht op bijstand voor die periode kan worden vastgesteld.
De Raad vernietigt daarom het deel van de uitspraak dat de intrekking vanaf 16 juni 2003 in stand laat en bepaalt dat het College een nieuw besluit moet nemen over de periode van 16 juni 2003 tot en met 7 september 2004. De overige delen van de uitspraak worden bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 16 juni 2003 wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen over die periode.