ECLI:NL:CRVB:2006:AY8412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens onderverhuur en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand met een toeslag van 20%, maar uit onderzoek bleek dat hij woonruimte onderverhuurde aan een derde die essentiële woonfuncties deelde, waardoor de toeslag moest worden verlaagd naar 14%.
Het College stelde op grond van een huisbezoek en administratieve gegevens de toeslag bij en vorderde onterecht ontvangen bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar baseerde zich deels op een niet-relevante herzieningsgrond.
De Centrale Raad vernietigde dat deel van de uitspraak en oordeelde dat de toeslag terecht op 14% is vastgesteld, dat de inlichtingenplicht van appellant was geschonden en dat het College terecht tot terugvordering overging. Het beroep werd verder ongegrond verklaard.
De Raad veroordeelde het College tot vergoeding van proceskosten aan appellant en benadrukte de juiste toepassing van de WWB en Abw in combinatie met gemeentelijke verordeningen.
De uitspraak onderstreept het belang van correcte woon- en inlichtingenopgaven bij bijstandsverlening en bevestigt de bevoegdheid tot herziening en terugvordering bij schending daarvan.
Uitkomst: De toeslag op de bijstandsuitkering wordt vastgesteld op 14% en de terugvordering van € 3.471,70 wordt bevestigd.