ECLI:NL:CRVB:2006:AY8292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijkheid hoofdverblijf niet gerechtvaardigd
Appellant had een aanvraag ingediend voor bijstand na beëindiging van zijn WW-uitkering. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag af omdat uit huisbezoeken in mei 2004 zou blijken dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij al jarenlang op het adres woonde en dat hij eerder ook bijstand op dat adres had ontvangen. De Raad oordeelde dat de bevindingen van het huisbezoek onvoldoende waren om te concluderen dat appellant niet op het adres woonde. De Raad vond dat het College een gedegen onderzoek had moeten verrichten, mede gezien de aanwezigheid van persoonlijke spullen in de woning en de analfabetisme van appellant, wat communicatieproblemen kon veroorzaken.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en beval het College een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant en werd vergoeding van griffierechten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd.