ECLI:NL:CRVB:2006:AY7042
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel wegens onvoldoende sollicitatie bij toekenning WW-uitkering
Appellant was sinds 31 december 1992 in dienst bij een werkgever en kreeg per 1 september 2003 ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhoudingen. Hij diende een aanvraag WW-uitkering in, die aanvankelijk werd afgewezen wegens verwijtbare werkloosheid. Na bezwaar werd hem een WW-uitkering toegekend met een maatregel van 20% korting gedurende 16 weken wegens onvoldoende sollicitatie.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn onvoldoende sollicitatie te wijten was aan tijdelijke arbeidsongeschiktheid door een ongeval. De rechtbank oordeelde dat appellant geen objectieve medische gegevens had overgelegd en dat hij tot februari 2004 op afroep als chauffeur werkte, waardoor hij wel had moeten solliciteren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt dat de sollicitatieplicht bleef bestaan omdat appellant een arbeidsurenverlies van 16 uur per week had. De Raad acht de tijdelijke arbeidsongeschiktheid onvoldoende onderbouwd en vindt dat appellant terecht de maatregel is opgelegd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De opgelegde maatregel van 20% korting op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie wordt bevestigd.