ECLI:NL:CRVB:2006:AY6983
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- R. Kooper
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidievermindering wegens niet-tijdige herindicatie op grond van de Wet sociale werkvoorziening
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelde voor het subsidiejaar 2000 een vermindering van de subsidie aan het Werkvoorzieningschap Fryslân-West vast wegens het niet tijdig herindiceren van een aantal personen die binnen de sociale werkvoorziening werkzaam waren. De rechtbank Leeuwarden vernietigde dit besluit omdat zij van oordeel was dat er geen voldoende wettelijke grondslag was voor de vermindering. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de vermindering wel op een juiste wettelijke grondslag berust, namelijk artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw).
De Raad stelt dat arbeid verricht door personen zonder geldige (her)indicatie niet meetelt voor de subsidievaststelling omdat het behoren tot de doelgroep van de Wsw een essentiële voorwaarde is. De Raad wijst het standpunt van de rechtbank af dat alleen beleidsregels zonder AMvB onvoldoende zijn, omdat artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, zelf een toereikende grondslag biedt. Ook het argument dat de vermindering een punitieve sanctie zou zijn, wordt verworpen.
De Raad concludeert dat de vermindering correct is vastgesteld en dat het beroep van het Werkvoorzieningschap ongegrond moet worden verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van het Werkvoorzieningschap Fryslân-West wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.