ECLI:NL:CRVB:2006:AY6716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en vermogenstoets
Appellant ontving sinds 1996 bijstand, maar het College ontdekte in 2002 dat appellant eigenaar was van meerdere motorvoertuigen die niet waren gemeld, wat leidde tot intrekking van de bijstand vanaf 1999 en terugvordering van kosten.
Het College baseerde zich op taxatierapporten en het bezit van voertuigen om te concluderen dat appellant over vermogen beschikte boven de vrijlatingsgrens, waardoor bijstand niet toekwam. Appellant voerde aan dat de inlichtingenverplichting niet was geschonden en dat taxaties niet juist waren.
De Raad oordeelde dat het College terecht onderzoek deed bij de RDW en dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden. De Raad vernietigde echter de intrekking voor de periode 3 oktober 2002 tot 20 februari 2003 wegens onvoldoende bewijs van overschrijding van de vermogensgrens, maar handhaafde de terugvordering vanwege de schending van de inlichtingenplicht.
De Raad bevestigde dat de aanvraag van appellant om bijstand vanaf september 2002 niet tot herziening van het eerdere besluit kon leiden wegens ontbreken van nieuwe feiten. De proceskosten werden ten laste van het College gelegd.
Uitkomst: De Raad vernietigt delen van de besluiten tot intrekking van bijstand wegens onvoldoende bewijs, maar handhaaft terugvordering vanwege schending inlichtingenverplichting.