ECLI:NL:CRVB:2006:AY6560
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Toekenning van een in hoogte verstelbare aankleedtafel met badje als woonvoorziening onder de Wet voorzieningen gehandicapten
Betrokkene, volledig rolstoelafhankelijk door een neurologische aandoening, verzocht om een in hoogte verstelbare aankleedtafel met badje voor de verzorging van haar baby. Het Regionaal Indicatieorgaan gaf een medisch-ergonomische indicatie af en achtte de voorziening langdurig noodzakelijk en niet algemeen gebruikelijk. De gemeente Amsterdam wees de aanvraag af omdat de voorziening niet binnen de verstrekkingensfeer van de Wvg zou vallen.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond wegens een motiveringsgebrek en vernietigde het besluit. De gemeente stelde hoger beroep in. De Raad overwoog dat het aan- en uitkleden, wassen en verschonen van een baby essentiële woonfuncties betreft die onder het normale gebruik van de woonruimte vallen. De voorziening vervangt een vaste wastafel en is daarmee een woonvoorziening zoals bedoeld in de Wvg.
De Raad verwierp het standpunt van de gemeente dat de voorziening niet langdurig noodzakelijk zou zijn en dat de partner of extra thuiszorg de verzorging zou kunnen overnemen. De voorziening is noodzakelijk voor de dagelijkse verzorging op willekeurige momenten, waarvoor uitstel of alternatieven niet redelijk zijn. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en veroordeelde de gemeente in de proceskosten.
Uitkomst: De voorziening voor een in hoogte verstelbare aankleedtafel met badje valt binnen de Wvg en het beroep van de gemeente wordt afgewezen.