ECLI:NL:CRVB:2006:AY6391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over WAO-schatting met doofheid in aanmerking genomen
Betrokkene viel uit wegens spanningsklachten en ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde dat betrokkene met beperkingen passende werkzaamheden kon verrichten, wat door de rechtbank werd betwist op basis van een audiologisch deskundigenrapport.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van appellant niet op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag berustte, mede vanwege onvoldoende rekening houden met de doofheid van betrokkene. In hoger beroep gaf appellant aan het primaire grond van het hoger beroep niet langer te handhaven en stelde dat de functies ook met de beperkingen passend zijn.
De Raad volgde het oordeel van de deskundige, maar concludeerde dat betrokkene ondanks de doofheid in staat is de functies van Lokettist, Telefoniste-centraliste en Samenstelster metaalproducten te vervullen. Dit werd onderbouwd door de betere akoestische omstandigheden en het gebruik van hulpmiddelen zoals een headset.
Daarnaast werd vastgesteld dat betrokkene ook op andere medische gronden niet beperkter is dan aangenomen. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarbij appellant werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.