ECLI:NL:CRVB:2006:AY6385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO-uitkering wegens nieuwe auto-immuunaandoeningen zonder verband met eerdere arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 8 juli 1993 arbeidsongeschikt door Myasthenia Gravis en psychische klachten, en ontving vanaf 30 juni 1994 een WAO-uitkering. Deze uitkering werd per 25 juli 1999 ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid toen minder dan 15% bedroeg. Appellante stelde in hoger beroep dat zij per 27 december 1999 opnieuw verzekerd was voor de WAO op grond van artikel 43a, omdat zij toen leed aan de Ziekte van Sjögren en Auto-immuuntrombopenie, die volgens haar verband hielden met haar eerdere aandoening.
De Raad oordeelde echter dat deze nieuwe aandoeningen pas na 21 september 1999 waren gediagnosticeerd en geen invloed hadden op de eerdere arbeidsongeschiktheid. Het enkele feit dat het auto-immuunziekten zijn, vormt geen voldoende verband. Diverse medische rapportages bevestigden dat de nieuwe aandoeningen niet reeds aanwezig waren tijdens de eerdere arbeidsongeschiktheid.
De Raad vond dat het Uwv terecht de WAO-uitkering per 27 december 1999 had geweigerd omdat appellante niet verzekerd was op die datum. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Maastricht werd bevestigd. Ook de door appellante overgelegde medische verklaring kon het oordeel niet wijzigen. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering per 27 december 1999 wegens ontbreken van verband tussen nieuwe aandoeningen en eerdere arbeidsongeschiktheid.