ECLI:NL:CRVB:2006:AY6150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens door levensverzekering
Appellant ontving bijstand over meerdere perioden, maar het College stelde na onderzoek vast dat hij beschikte over een levensverzekering met een afkoopwaarde van €114.772,36, waarmee de vermogensgrens werd overschreden. Het College blokkeerde en beëindigde daarom de bijstand met terugwerkende kracht per 1 juni 2003.
Appellant voerde aan dat schulden aan zijn zoon in mindering gebracht moesten worden op het vermogen, zodat hij onder de vermogensgrens zou blijven. De Raad oordeelde echter dat deze schulden niet voldoende aannemelijk waren gemaakt en dat de leenovereenkomst geen terugbetalingsverplichting inhield voor de periode in kwestie.
De Raad bevestigde dat de intrekking van de bijstand terecht was en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Ook was er geen grond om af te zien van intrekking op basis van dringende redenen. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens overschrijding van de vermogensgrens wordt bevestigd.