ECLI:NL:CRVB:2006:AY6044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en zorgvuldigheid medische beoordeling
Appellant, voormalig directeur, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV herzag deze uitkering in 2002 en stelde de arbeidsongeschiktheid bij op 65-80%. Appellant maakte bezwaar, waarna de rechtbank het besluit vernietigde en het UWV opdroeg een nieuw besluit te nemen.
Het UWV handhaafde het besluit in 2004, waarop appellant opnieuw beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep onderzocht of de medische beoordeling zorgvuldig was en of het maatmanloon correct was vastgesteld. De Raad concludeerde dat de primaire beoordeling, hoewel uitgevoerd door een arts in opleiding, adequaat was begeleid en bevestigd door een geregistreerd arts en een psychiater.
De Raad wees ook de bezwaren af over het niet meenemen van bepaalde looncomponenten zoals representatievergoeding en premies, omdat deze het arbeidsongeschiktheidspercentage niet wezenlijk zouden beïnvloeden. Ook werd geen schade vastgesteld door de overschrijding van de wettelijke termijn voor het nemen van het besluit.
Uiteindelijk bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit van 7 juni 2004 ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 7 juni 2004 wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.