ECLI:NL:CRVB:2006:AY5324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens niet wonen op opgegeven adres
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en gaf daarbij een woonadres op. Het College van burgemeester en wethouders van Tilburg wees de aanvraag af omdat appellant niet op het opgegeven adres woonde, gebaseerd op onderzoek door het bureau fraudebestrijding met observaties en huisbezoeken.
Het bezwaar van appellant leidde tot gedeeltelijke toekenning van bijstand vanaf 12 augustus 2004, maar de periode daarvoor bleef afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond, onder meer omdat bij huisbezoek geen persoonlijke bezittingen van appellant werden aangetroffen en tegenstrijdige verklaringen over de verblijfplaats werden gegeven.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt de afwijzing van de bijstandsuitkering over de periode van 26 januari tot 12 augustus 2004. Er zijn geen nieuwe gezichtspunten in hoger beroep aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsuitkering bevestigd.