ECLI:NL:CRVB:2006:AY4952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onvoldoende financiële verklaring
Appellante ontving sinds 1993 een bijstandsuitkering. Het College van burgemeester en wethouders trok het recht op bijstand in over de periode januari tot en met juli 2003 en vorderde de gemaakte kosten van bijstand terug, omdat appellante geen afdoende verklaring gaf voor vele kasopnames en stortingen op haar rekening.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep voerde appellante wisselende en tegenstrijdige verklaringen aan, waaronder dat zij haar pinpas uitleende aan een derde voor gokdoeleinden. Deze verklaringen werden door de Raad niet als betrouwbaar of verifieerbaar beoordeeld.
De Raad concludeert dat appellante niet voldeed aan haar inlichtingenverplichting volgens de Algemene bijstandswet, waardoor het College verplicht was het recht op bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen. Er waren geen dringende redenen om hiervan af te zien, zodat het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering worden bevestigd.