ECLI:NL:CRVB:2006:AY4881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling objectieve medische beperkingen bij WAO-uitkering in hoger beroep
Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel degelijk objectieve afwijkingen heeft, waaronder de diagnose fibromyalgie door een reumatoloog, en overhandigde medische brieven ter onderbouwing. De Raad overwoog dat deze nieuwe informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel dan de rechtbank eerder had vastgesteld.
De Raad verwierp het verzoek tot aanvullend onderzoek door een oogarts omdat eerdere onderzoeken geen relevante afwijkingen hadden aangetoond. Ook werd het verwijt van vooringenomenheid van de bezwaarverzekeringsarts afgewezen, aangezien meerdere artsen het dossier onafhankelijk hadden beoordeeld.
De rechtbank had geoordeeld dat er geen medische grondslag was voor beperkingen die een WAO-uitkering rechtvaardigen per 17 januari 2000. De Raad sloot zich hierbij aan en wees het beroep af. Tevens werd het gebruik van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) door het UWV niet als onrechtmatig beoordeeld in deze context.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.