ECLI:NL:CRVB:2006:AY4878
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wettelijke rente bij onrechtmatige AAW-uitkeringsbesluiten onder oud recht
Betrokkene heeft op 14 november 1988 een AAW-uitkering aangevraagd, die aanvankelijk werd geweigerd bij besluit van 26 juli 1990. Na diverse beroepsprocedures en vernietigingen van eerdere uitspraken, is uiteindelijk bij besluit van 7 augustus 2000 de uitkering met terugwerkende kracht toegekend.
Betrokkene vorderde vergoeding van wettelijke rente over de periode van onrechtmatige weigering. De rechtbank Arnhem oordeelde dat de wettelijke rente vanaf 1 mei 1994 verschuldigd was zonder voorafgaande ingebrekestelling, omdat het besluit van 5 april 1994 de onrechtmatigheid veroorzaakte.
De Centrale Raad van Beroep stelt echter vast dat op grond van het oude Burgerlijk Wetboek artikel 1286 BW Pro (oud) wettelijke rente pas verschuldigd is na aanmaning en ingebrekestelling. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant alsnog ongegrond. De Raad wijst tevens af om artikel 8:75 Awb Pro toe te passen.
De uitspraak benadrukt dat de wettelijke rentevergoeding bij onrechtmatige besluiten onder het oude recht niet automatisch ontstaat, maar pas na ingebrekestelling. Dit betekent dat de door betrokkene gevorderde rentevergoeding zonder ingebrekestelling niet toewijsbaar is.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van wettelijke rente zonder ingebrekestelling wordt afgewezen en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.