ECLI:NL:CRVB:2006:AY3860
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening WAO-uitkering wegens ontbreken precaire financiële situatie
Verzoekster had een WAO-uitkering aangevraagd die door het UWV werd afgewezen omdat zij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was voorafgaand aan 7 november 2003. De rechtbank bevestigde dit standpunt. Verzoekster stelde dat zij sinds die datum geen salaris meer ontving en financieel in zwaar weer verkeerde, mede ondersteund door een psychiatrisch rapport dat haar arbeidsongeschiktheid bevestigde.
Zij vroeg daarom om een voorlopige voorziening in afwachting van het hoger beroep. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat geen sprake was van een precaire financiële situatie omdat verzoeksters moeder nog steeds in haar levensonderhoud en huur voorzag. Daarnaast was er een lopende aanvraag voor een WWB-uitkering die spoedig zou worden beslist.
Gezien deze omstandigheden was er geen spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigde. Het verzoek werd daarom afgewezen en er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep op 7 juli 2006.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een WAO-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.