ECLI:NL:CRVB:2006:AY2628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonbetalingen en overneming loonverplichtingen bij faillissement werkgever
Appellant was sinds januari 2002 in dienst bij Casey Automatisering B.V. met een basissalaris van €5.445 bruto per maand. In juli 2002 werd het salaris verlaagd met €1.814 vanwege onvoldoende gedetacheerde IT-specialisten, een wijziging waar appellant stilzwijgend mee instemde. Na faillissement van de werkgever vroeg appellant het UWV om overneming van loonbetalingen over achterstallige maanden.
Het UWV kende een WW-uitkering toe maar beperkte de overname van loonbetalingen tot de laatste 13 weken voor het einde van het dienstverband. De rechtbank oordeelde dat de loonbetalingen in de referentieperiode niet aan oudere onvervulde aanspraken hoefden te worden toegerekend, omdat de aanspraken pas op 8 januari 2003 ontstonden toen de arbeidsovereenkomst werd aangepast.
Appellant stelde dat het UWV de loonbetalingen over de referentieperiode ten onrechte niet volledig had overgenomen. De Raad volgde echter de rechtbank en bevestigde dat het UWV terecht alleen het loon over december 2002 heeft overgenomen. Er was geen sprake van uitblijven van loonbetaling in de referentieperiode, maar van een overeengekomen salarisverlaging.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.