ECLI:NL:CRVB:2006:AY0934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandelingstelling bijstandaanvraag wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellant diende op 16 april 2003 een aanvraag om bijstand in bij de gemeente Enschede. De Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) verzocht appellant meerdere malen, laatstelijk bij brief van 7 juli 2003, om aanvullende gegevens die noodzakelijk waren voor de beoordeling van de aanvraag. Appellant moest deze gegevens uiterlijk 14 juli 2003 aanleveren.
Appellant leverde de gevraagde gegevens niet binnen de gestelde termijn aan. Het College besloot daarom op 24 juli 2003 de aanvraag niet in behandeling te nemen op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd op 23 december 2003 ongegrond verklaard door het College.
In hoger beroep betoogde appellant dat de gevraagde gegevens betrekking hadden op zijn voormalige activiteiten als ondernemer in Duitsland en niet noodzakelijk waren voor het vaststellen van het recht op bijstand. Tevens stelde hij dat hij redelijkerwijs niet binnen de gestelde termijn over deze gegevens kon beschikken. De Raad oordeelde echter dat de gegevens wel noodzakelijk waren en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet tijdig over de gegevens kon beschikken. Bovendien was appellant gewezen op de mogelijkheid om tijdig contact op te nemen met zijn DMO-contactpersoon indien hij problemen ondervond.
De Raad concludeerde dat het College bevoegd was om de aanvraag buiten behandeling te stellen en dat het College niet onredelijk had gehandeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het College terecht de bijstandaanvraag buiten behandeling heeft gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke gegevens.