ECLI:NL:CRVB:2006:AY0255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-uitkering wegens onterecht vastgestelde gezamenlijke huishouding
Appellante ontving een AOW-uitkering op basis van de norm voor ongehuwden. De Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag deze uitkering omdat zij meende dat appellante en een medebewoner een gezamenlijke huishouding voerden met wederzijdse verzorging. Appellante verleende onderdak aan een familielid zonder dat sprake was van huur of financiële verstrengeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat van wederzijdse verzorging geen sprake was. Het incidentele helpen met boodschappen was onvoldoende om te spreken van zorg dragen voor elkaar zoals bedoeld in de AOW.
De Raad vernietigde het besluit van de Svb en het eerdere vonnis, herroept het herzieningsbesluit en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het herzieningsbesluit en het boetebesluit worden vernietigd omdat geen sprake is van wederzijdse verzorging en gezamenlijke huishouding.