ECLI:NL:CRVB:2006:AY0123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen procesbelang bij bijstandsverlaging
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam verlaagde de bijstand over april 2004 met 100% wegens verwijtbare weigering passend werk te aanvaarden. Appellant maakte bezwaar, dat door het College ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit en verklaarde het beroep gegrond.
In hoger beroep kwam appellant gemotiveerd op de uitspraak terug. Tijdens het hoger beroep heeft het College het bezwaar alsnog gegrond verklaard, het besluit van 14 april 2004 herroepen en de uitkering aan appellant uitbetaald. Hierdoor is volledig aan het beroep tegemoetgekomen.
De Raad stelt vast dat het procesbelang is vervallen en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Wel veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant en bepaalt vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 juni 2006.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang; College veroordeeld tot proceskosten en griffierechtvergoeding.