ECLI:NL:CRVB:2006:AX8757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW- en BBWO-uitkering wegens nalaten passende arbeid te aanvaarden
Appellante, geboren in 1945, was na een periode van werkloosheid in dienst getreden als stagecoördinator bij een openbare scholengemeenschap voor 16 uur per week. In 2002 werd haar functie vanwege financiële omstandigheden beëindigd en bood de werkgever haar een passende functie aan binnen hetzelfde project, met hetzelfde functieniveau en uren. Appellante weigerde dit aanbod wegens gebrek aan vertrouwen in bestuur en directie.
Het UWV weigerde daarop haar WW-uitkering en de Minister de BBWO-uitkering blijvend en geheel, omdat appellante passende arbeid niet had aanvaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de aangeboden functie passend was en dat er geen sociale of geestelijke belemmeringen waren die aanvaarding onmogelijk maakten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt vast dat het aanbod concreet en bindend was en dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat het niet van haar kon worden gevergd het aanbod te accepteren. De weigering van de uitkeringen is daarom terecht. Tevens is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende en gehele weigering van de WW- en BBWO-uitkering wegens het nalaten van het aanvaarden van passende arbeid.