ECLI:NL:CRVB:2006:AX8424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering starterskrediet arbeidsgehandicapte wegens gebrek aan levensvatbaarheid bedrijf
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die het beroep ongegrond verklaarde tegen het besluit van het UWV van 7 februari 2003. Het UWV had geweigerd appellant een starterskrediet toe te kennen op grond van artikel 30 van Pro de Wet REA, omdat het bedrijf van appellant niet levensvatbaar werd geacht en het verwachte rendement onvoldoende was om de investering te rechtvaardigen.
De Raad verwijst naar de aangevallen uitspraak voor een gedetailleerd overzicht van de feiten en regelgeving, maar benadrukt dat het instrument van het starterskrediet niet bedoeld is voor arbeidsgehandicapten die op arbeidstherapeutische basis in een niet-levensvatbaar bedrijf willen werken. Appellant voerde aan dat het positieve advies van bureau Startkans gevolgd had moeten worden en dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door hem valse verwachtingen te geven, maar deze grieven faalden.
De Raad oordeelt dat er geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging is gedaan die het vertrouwen van appellant rechtvaardigde. Het doorlopen van het adviestraject getuigt juist van zorgvuldigheid. De aangevallen uitspraak wordt dan ook bevestigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellant een starterskrediet toe te kennen wegens gebrek aan levensvatbaarheid van het bedrijf.