ECLI:NL:CRVB:2006:AX7476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onvoldoende onderzoek en motivering arbeidsongeschiktheidsuitkering
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van het UWV om aan een voormalige werknemer een WAO-uitkering toe te kennen met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat er geen duurzaam benutbare mogelijkheden waren, mede op grond van een intensieve therapie en psychische problematiek.
In hoger beroep betoogde appellante dat het UWV onterecht geen arbeidskundig onderzoek had laten verrichten en dat het Schattingsbesluit slechts in vier strikte situaties mag afzien van een belastbaarheidspatroon. Het UWV erkende dat de situatie van intensieve deeltijdbehandeling niet letterlijk onder deze uitzonderingen viel, maar stelde dat dit toch vergelijkbaar was.
De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende zorgvuldig onderzoek had verricht en de motivering ontoereikend was. De verzekeringsarts had onvoldoende informatie ingewonnen over de omvang en duur van de behandeling, waardoor het besluit niet voldeed aan de eisen van artikel 3:2 en Pro 7:12 Awb. De beslissing en de aangevallen uitspraak werden vernietigd en het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante in eerste aanleg en hoger beroep, alsmede het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot toekenning van een WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldig onderzoek en motivering.