ECLI:NL:CRVB:2006:AX6489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing voorbereidingsperiode zelfstandig ondernemerschap op grond van de Algemene bijstandswet
Appellant, ontvanger van een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw), verzocht het College van burgemeester en wethouders van Groningen om toepassing van artikel 8, zesde lid, Abw, zodat hij zich met behoud van bijstand kon voorbereiden op zelfstandig ondernemerschap. Het College wees dit verzoek op 21 oktober 2002 af en verklaarde het bezwaar hiertegen op 19 oktober 2004 ongegrond. De rechtbank bevestigde deze beslissing.
In hoger beroep stelde appellant zich gemotiveerd op tegen deze uitspraak, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat het College niet onjuist had gehandeld in haar beoordeling en dat het College terecht was uitgegaan van het advies van het Bureau Advisor om appellant niet toe te laten tot de voorbereidingsperiode. De Raad verwierp de herhaalde gronden van appellant en bevestigde de aangevallen uitspraak.
De Raad benadrukte dat artikel 8, zesde lid, Abw bedoeld is om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt maximaal 12 maanden ontheffing van de sollicitatieplicht te geven om zich voor te bereiden op zelfstandig ondernemerschap. Hierbij is begeleiding verplicht en moet aannemelijk zijn dat na de voorbereidingsperiode een succesvolle aanvraag op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen mogelijk is. Het College had dit zorgvuldig beoordeeld en de aanvraag terecht afgewezen.
De Raad zag geen aanleiding om appellant in de proceskosten te veroordelen en sprak het vonnis uit in aanwezigheid van de griffier op 23 mei 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een voorbereidingsperiode op zelfstandig ondernemerschap.