ECLI:NL:CRVB:2006:AX6453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatregel en beëindiging WW-uitkering wegens niet-naleving sollicitatieplicht en werkhervatting
Appellante kreeg vanaf 2 december 2002 een WW-uitkering toegekend, die gedeeltelijk eindigde per 15 april 2003 wegens werkhervatting. Het UWV legde op 23 juli 2003 een maatregel op wegens het niet voldoen aan de sollicitatieplicht tussen 5 mei en 1 juni 2003. Tevens werd de WW-uitkering per 23 juni 2003 beëindigd vanwege het ontbreken van werkloosheid. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten en voerde onder meer aan dat zij tijdens vakantieweken geen recht had op loonbetaling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze bevestigde de maatregel en de beëindiging van het uitkeringsrecht per 23 juni 2003, omdat appellante geen sollicitaties had verricht en er geen sprake was van werkloosheid. Het UWV handhaafde de niet-herleving van de uitkering over de vakantieweken, maar stelde bij een nader besluit van 27 januari 2006 het recht op uitkering over de periode 21 juli tot en met 8 augustus 2003 alsnog vast.
De Raad vernietigde het bestreden besluit voor die vakantieweken, oordeelde dat appellante recht had op vergoeding van renteschade over de nabetaling van de WW-uitkering en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante. De overige onderdelen van het besluit en de aangevallen uitspraak werden bevestigd.
Uitkomst: De maatregel en beëindiging van de WW-uitkering worden bevestigd, het besluit over de vakantieweken vernietigd, met veroordeling van het UWV tot vergoeding van renteschade en proceskosten.