ECLI:NL:CRVB:2006:AX3817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G.A.J. van den Hurk
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-woonachtig zijn in gemeente Utrecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht waarin het College van burgemeester en wethouders van Utrecht het recht op bijstand van appellante heeft ingetrokken over de periode van 1 juni 1994 tot en met 31 maart 2000 wegens verblijf buiten de gemeente en samenwoning met haar partner. Tevens is het recht op bijstand ingetrokken over de periode van 1 april 2000 tot en met 30 juni 2003 vanwege inkomsten uit arbeid, en is een bedrag van € 71.548,53 teruggevorderd.
De Raad stelt vast dat appellante in hoger beroep alleen het oordeel over de intrekking van het recht op bijstand en de terugvordering over de eerste periode heeft aangevochten. De Raad acht het College terecht uitgegaan van verklaringen en processen-verbaal waaruit blijkt dat appellante en haar partner samenwoonden in een woning buiten Utrecht en dat appellante in die periode geen woonplaats in Utrecht had. Hierdoor had zij geen recht op bijstand van het College.
De Raad bevestigt eveneens het oordeel van de rechtbank over de terugvordering van de bijstandskosten. De aangevoerde nieuwe argumenten van appellante brengen geen ander oordeel mee. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering wegens niet-woonachtig zijn in de gemeente Utrecht.