ECLI:NL:CRVB:2006:AX3058
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar gedrag van werknemer
Appellant maakte bezwaar tegen de beslissing van het UWV om zijn WW-uitkering geheel te weigeren wegens verwijtbaar werkloos gedrag. De rechtbank Groningen oordeelde eerder dat appellant zich zodanig had gedragen dat hij redelijkerwijs had moeten begrijpen dat dit tot ontslag zou leiden.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel bevestigd. De Raad vond geen nieuwe feiten of argumenten die aanleiding gaven het eerdere oordeel te herzien. De verklaring van de werkgever en de eerdere verzoekschriften werden als betrouwbaar beschouwd, en het gedrag van appellant werd door hem nauwelijks betwist.
De Raad concludeerde dat het verwijtbare gedrag van appellant voldoende grond vormde voor de weigering van de WW-uitkering en dat er geen aanleiding was om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbaar gedrag van appellant.