ECLI:NL:CRVB:2006:AX1338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en terugvordering
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het College stelde na onderzoek vast dat zij met appellant een gezamenlijke huishouding voerde. Dit leidde tot intrekking van haar bijstandsuitkering en terugvordering van de kosten over de periode van 7 november 2003 tot en met 31 maart 2004.
Het Bijzonder Onderzoek toonde aan dat appellanten feitelijk samenwoonden, eerst in een caravan en daarna in een woning aan de Emmastraat te Sint Willebrord. Appellante had nagelaten dit te melden, waardoor zij haar inlichtingenverplichting schond. Het College was daarom bevoegd tot intrekking en terugvordering.
De rechtbank vernietigde eerdere besluiten maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, oordelend dat het College terecht en redelijk van zijn bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. Het beroep van appellanten werd ongegrond verklaard.
De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en wees op de mogelijkheid tot cassatie bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van het arrest.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering van de kosten worden bevestigd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding en het niet nakomen van de inlichtingenverplichting.