ECLI:NL:CRVB:2006:AW5264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen bijstand, laatstelijk als alleenstaande, maar het College stelde na onderzoek dat zij een gezamenlijke huishouding voerden vanaf 1 juli 1997 tot 31 augustus 2002. Dit leidde tot herziening en terugvordering van de bijstand.
De Raad oordeelde dat appellanten feitelijk samenwoonden in één woning, met wederzijdse zorg en financiële verstrengeling, zoals een gezamenlijke effectenrekening en gedeeld beheer van bankpassen en administratie. De verhouding was niet commercieel van aard.
Appellant had het College niet correct geïnformeerd over de samenwoning, waardoor hij de inlichtingenplicht schond. Het College was daarom bevoegd de bijstand terug te vorderen. Argumenten van appellanten en eerdere strafrechtelijke vrijspraak deden hieraan niet af.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding bevestigd.