ECLI:NL:CRVB:2006:AW1872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens verblijf buiten Nederland langer dan gebruikelijke vakantieduur
De zaak betreft een geschil over de intrekking van een bijstandsuitkering aan gedaagde, die volgens appellant langer dan de gebruikelijke vakantieduur van vier weken buiten Nederland verbleef. De rechtbank Rotterdam had het besluit van 2 juli 2004 vernietigd omdat gedaagde aannemelijk had gemaakt dat hij op 12 augustus 2003 terugkeerde, en appellant onvoldoende rekening had gehouden met artikel 3:2 Awb Pro.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de intrekking van de bijstand over de periode van 9 tot 12 augustus 2003 terecht is omdat gedaagde langer dan vier weken buiten Nederland verbleef, wat volgens artikel 9 Abw Pro het recht op bijstand uitsluit. Voor de periode van 12 augustus tot 6 oktober 2003 is de intrekking echter niet deugdelijk gemotiveerd. Hoewel gedaagde de inlichtingenverplichting niet correct is nagekomen, is onvoldoende vastgesteld dat hierdoor ten onrechte bijstand is verleend.
De Raad vernietigt daarom het besluit voor de periode 12 augustus tot 6 oktober 2003 en beveelt appellant een nieuw besluit te nemen. De rechtbank heeft het besluit over de periode 9 tot 12 augustus ten onrechte vernietigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Intrekking bijstand over 9-12 augustus bevestigd, intrekking over 12 augustus-6 oktober vernietigd en nieuw besluit opgelegd.