ECLI:NL:CRVB:2006:AV9475
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening toeslag op grond van de Toeslagenwet met gewijzigde ingangsdatum
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Breda waarin de herziening van een toeslag op grond van de Toeslagenwet werd bevestigd. Het geschil betrof de vraag of de herziening van de toeslag met ingang van 8 december 2003 terecht was.
De Raad toetste de aangevallen uitspraak en de bestreden besluiten van 11 december 2003 en 7 januari 2004. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat de herziening op goede gronden was vastgesteld. Appellante bracht in hoger beroep geen inhoudelijke grieven tegen de herziening naar voren.
Hoewel appellante ook haar rechten uit hoofde van de Werkloosheidswet wilde laten beoordelen, stelde de Raad dat dit niet aan de orde was in dit geding. Zij werd gewezen op de mogelijkheid om tegen een afzonderlijk besluit inzake haar WW-rechten bezwaar en beroep in te stellen.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Breda. Het hoger beroep werd daarmee ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de toeslag met ingang van 8 december 2003 en wijst het hoger beroep af.