ECLI:NL:CRVB:2006:AV8706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste woonsituatie
Appellant kreeg vanaf 10 juli 2002 een bijstandsuitkering toegekend op basis van een opgegeven woonadres in [woonplaats]. Gedaagde vermoedde dat appellant niet daadwerkelijk op dat adres woonde en startte een onderzoek, inclusief huisbezoek en getuigenverhoren. Het rapport van 1 juli 2003 concludeerde dat appellant feitelijk woonde bij zijn vriendin in [plaatsnaam].
Op grond hiervan trok gedaagde de uitkering per 1 juni 2003 in. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant stelde zich op het standpunt dat hij wel op het opgegeven adres woonde. De Raad oordeelde echter dat de feiten en getuigenverklaringen het tegendeel bewezen.
De Raad stelde vast dat appellant de inlichtingenverplichting niet was nagekomen en dat daardoor ten onrechte bijstand was verleend. Er was geen dringende reden om van intrekking af te zien. Daarom bevestigde de Raad de uitspraak en de intrekking van de bijstand met ingang van 1 juni 2003.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering per 1 juni 2003 wordt bevestigd wegens onjuiste opgave van de woonplaats.