ECLI:NL:CRVB:2006:AV8602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Na het intrekken van een medebewoner, [betrokkene], stelde de gemeente Amsterdam dat sprake was van een gezamenlijke huishouding, waardoor de uitkering werd beëindigd. Een huisbezoek en een daaropvolgend onderzoek vormden de basis voor dit besluit.
De Raad oordeelt dat de schriftelijke verklaring van appellante tijdens het huisbezoek onvoldoende feitelijke grondslag biedt voor de conclusie van gezamenlijke huishouding. De rapportage van het huisbezoek, die niet aan appellante is voorgelegd, bevatte onvoldoende bewijs voor wederzijdse verzorging of financiële verstrengeling. Ook het aanvullende onderzoek leverde geen overtuigend bewijs op.
De Raad vernietigt het besluit van 9 maart 2004 wegens gebrek aan een deugdelijke motivering en beveelt een nieuw besluit aan. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het verzoek om schadevergoeding wordt niet toegewezen zolang het nieuwe besluit ontbreekt.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding wordt vernietigd en de gemeente moet een nieuw besluit nemen.