ECLI:NL:CRVB:2006:AV8574
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering op onvoldoende feitelijke grondslag vernietigd
Appellant ontving een bijstandsuitkering naast inkomsten uit arbeid en heeft deze inkomsten tijdig gemeld. Gedaagde voerde een onderzoek uit naar de samenloop van bijstand en inkomsten over 1997-1999 en concludeerde dat appellant onterecht bijstand had ontvangen. Op basis hiervan werd het recht op bijstand herzien en een terugvordering ingesteld.
Appellant betwistte de herberekening, onder meer omdat een nabetaling in februari 1998 ten onrechte volledig aan de periode van 1 september 1997 tot 31 december 1998 was toegerekend. Gedaagde kon niet aantonen op welke periode deze nabetaling betrekking had. De Raad oordeelde dat het besluit tot herziening onvoldoende feitelijk was onderbouwd.
De rechtbank had dit gebrek niet onderkend en verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad vernietigde deze uitspraak, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat gedaagde opnieuw op het bezwaar moet beslissen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen opnieuw te beslissen.