ECLI:NL:CRVB:2006:AV8573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Premiekorting arbeidsgehandicapten: aanvraagtermijn is materiële voorwaarde
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen, waarin de rechtbank de premiekortingsaanvragen van het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Werk en Inkomen (ISWI) alsnog in behandeling liet nemen ondanks overschrijding van de wettelijke termijn.
Gedaagde had voor vijftien arbeidsgehandicapte werknemers premiekorting aangevraagd, maar deze aanvragen werden niet binnen de wettelijke termijn van één jaar na aanvang van de dienstbetrekking ingediend. Appellant wees de aanvragen daarom af. De rechtbank vond dat appellant niet had voldaan aan de hoorplicht en onvoldoende had geïnformeerd, waardoor de termijn niet strikt toegepast mocht worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de aanvraagtermijn een materiële toepassingsvoorwaarde is en dat onbekendheid met de termijn geen reden is om hiervan af te wijken. Ook is appellant niet verplicht om de belanghebbende mondeling te horen omdat dit niet was verzocht. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen ongegrond, waarmee de aanvragen definitief niet in behandeling worden genomen.
Uitkomst: De aanvragen voor premiekorting worden afgewezen vanwege overschrijding van de wettelijke termijn van één jaar.