ECLI:NL:CRVB:2006:AV7691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering IOAW-uitkering wegens wijziging woonplaats
Appellant ontving van augustus 1999 tot februari 2003 een IOAW-uitkering als alleenstaande van de gemeente Steenwijkerland. Naar aanleiding van een vermoeden dat appellant niet op het opgegeven adres woonde maar bij een ander persoon, stelde de sociale recherche een onderzoek in. Dit onderzoek, met observaties en verklaringen, concludeerde dat appellant vanaf januari 2002 zijn hoofdverblijf niet meer in de gemeente Steenwijkerland had.
Op basis hiervan herzag en trok de gemeente de uitkering over de periode van januari 2002 tot januari 2003 in en vorderde het bedrag van €5.513,36 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Raad deze uitspraak, stellende dat appellant zijn inlichtingenverplichting schond door de adreswijziging niet door te geven.
De Raad oordeelt dat appellant zijn hoofdverblijf had bij de persoon bij wie hij verbleef en niet meer in Steenwijkerland. De terugvordering en intrekking van de uitkering zijn daarmee terecht. Er zijn geen dringende redenen om hiervan af te wijken. De proceskosten worden niet aan appellant opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de IOAW-uitkering wegens wijziging van woonplaats zonder melding.