ECLI:NL:CRVB:2006:AV3597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Overname betalingsverplichtingen werkgever na ontbinding dienstverband en relocation policy
Appellant was sinds 2000 in dienst van zijn werkgever en verhuisde in 2001 met zijn gezin naar de VS voor werk. Door onoverbrugbare verschillen werd de arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 juli 2002 met een bruto ontbindingsvergoeding van € 80.000. Na faillissement van de werkgever vroeg appellant het UWV om overname van diverse betalingsverplichtingen. Het UWV weigerde onder meer de ontbindingsvergoeding, rechtsbijstandskosten, relocation policy-vergoeding en bonussen over te nemen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor de bonussen, maar wees overname van de ontbindingsvergoeding en rechtsbijstandskosten af omdat deze niet aan de WW-periode konden worden toegerekend. De relocation policy werd ook afgewezen wegens gebrek aan direct verband met de werkzaamheden.
In hoger beroep oordeelde de Raad dat de relocation policy een integraal onderdeel is van de arbeidsvoorwaarden voor expats en dat de vergoeding daarvoor een forfaitair bedrag betreft dat ook schriftelijk was overeengekomen. De Raad vernietigde het besluit voor zover het de relocation policy betrof en beval heroverweging. De ontbindingsvergoeding en rechtsbijstandskosten bleven buiten overname omdat deze betrekking hadden op de periode na einde dienstverband.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd het hoger beroep deels gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor de relocation policy.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering overname relocation policy wordt vernietigd.