ECLI:NL:CRVB:2006:AV3041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verwijtbare werkloosheid wegens niet-naleving contactverbod met familiebedrijven
Appellant was werkzaam als salesmanager Benelux en werd door zijn werkgever verplicht zich te onthouden van zakelijke contacten met het bedrijf van zijn zoon en dat van een derde. Ondanks deze aanwijzing onderhield appellant toch zakelijke contacten, wat volgens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en de rechtbank leidde tot verwijtbare werkloosheid.
Appellant voerde aan dat zijn contacten noodzakelijk waren voor zijn functie en dat hij zich inspande om belangenverstrengeling te voorkomen. Hij stelde dat de contacten met het bedrijf van zijn zoon privé waren en dat zijn contacten met het andere bedrijf in het belang van de werkgever waren.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellant zich niet aan de gegeven aanwijzingen heeft gehouden en dat hij redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zijn gedrag tot ontslag zou leiden. De Raad acht de aanwijzingen duidelijk en niet voor misverstand vatbaar en concludeert dat de contacten meer dan privé waren.
Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verwijtbare werkloosheid van appellant bevestigd.