ECLI:NL:CRVB:2006:AV2989
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt uitspraak rechtbank inzake onvoldoende sollicitatieactiviteiten voor WW-uitkering
De zaak betreft een geschil over de oplegging van een maatregel in de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten door gedaagde. Gedaagde was senior accountmanager en werd per 1 maart 2004 ontslagen om bedrijfseconomische redenen. Hij schreef zich in als werkzoekende en vroeg een WW-uitkering aan, waarbij hij aangaf voorafgaand aan zijn werkloosheid niet te hebben gesolliciteerd omdat hij beschikbaar moest blijven.
Appellant legde een korting van 20% op de WW-uitkering op wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten in de periode van 1 oktober 2003 tot 1 maart 2004. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat gedaagde voldoende via zijn netwerk naar werk had gezocht. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de rechtbank de beleidsregels omtrent concrete en verifieerbare sollicitatieactiviteiten niet juist heeft toegepast.
De Raad stelt dat het beleid vereist dat sollicitatieactiviteiten concreet en verifieerbaar moeten zijn, zoals het versturen van sollicitatiebrieven of bezoeken aan werkgevers. Het zoeken op internet en onderhouden van een netwerk voldoen niet aan deze criteria. Gedaagde heeft bovendien zelf verklaard pas vanaf 1 maart 2004 sollicitatiebrieven te zijn gaan schrijven. De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant gegrond, waarbij de maatregel gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De maatregel van 20% korting op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten wordt gehandhaafd.